Hoog Soeren

ONTSTAAN VAN HET LANDSCHAP

In het jaar 815 is in oude akten al sprake van het “Hoog Soerense Bosch” (Silva Suorum). “Hoog Buurlo” (Burlo) en “Hsle” (Haslo). De vele grafheuvels in onze omgeving zijn echter een bewijs dat al lang voor onze jaartelling mensen in onze omgeving hebben gewoond. Hoog Soeren is dan ook veel ouder dan Apeldoorn.

De oudste kaart

Op de oudste bekende kaart van de Veluwe van circa 1550 ligt “Hooch Zuer” op een knooppunt van doorgaande zandwegen. Deze vormden o.a. debelangrijke verbindingen tussen Arnhem – Harderwijk en Apeldoorn – Amersfoort. Het feit dat de Veluwe relatief ongeschonden de twintigste eeuw kon halen, heeft zijn redenen. Anders dan het overgrote deel van ons land bestaat de Veluwe uit hoger gelegen zandgronden, waar intensieve bebouwing en bewoning niet mogelijk was.

Het ontstaan van het landschap

De moderne wetenschap wijst de ijstijd aan als bouwer van het landschap. Gedurende een lange en zeer koude periode schoof een reusachtige laag landijs langzaam over de noordelijke helft van ons land. Het enorme gewicht aan ijs stuwde de grond op en nam zeer grote stenen mee. Gelegen tussen twee ijslobben raakte het kleed van de Veluwe geplooid en gerimpeld. Dit kun je op vele plaatsen rond het dorp Hoog Soeren waarnemen. Het dorp Hoog Soeren ligt ten opzichte van de gemeente Apeldoorn even hoog als de top van de toren van de Grote Kerk.
IJs en wind dekten de Veluwe af met een laag zand. Onbereikbaar geworden voor vruchtbaar rivierslib bleef de hoger gelegen Veluwe bestaan uit schrale zandgrond.

Toen het ijs, als eerste bouwmeester van het landschap, verdwenen was en het klimaat zo’n 10.000 jaar geleden veranderde, maakten de koude toendra’s van de Lage Landen langzaam plaats voor een dicht oerbos. Met het terugtrekken van het ijs waren er ook weer mensen in ons land komen wonen. In een proces dat tot de Middeleeuwen zou duren, ontbosten zij de Veluwe en schiepen zij, als tweede bouwmeester, een totaal ander landschap; dat van de uitgestrekte woeste gronden. Zo ontstonden grote heidevelden met hier en daar lage heuvels. Deze heuvels zijn veelal grafheuvels.

Potstalsysteem

Toen in de Middeleeuwen het oerbos grotendeels gekapt was, ging men over tot het potstalsysteem, dat tot eind 1800 is blijven bestaan. Door heideplaggen te vermengen met schapenmest wist men de grond toch vruchtbaar te maken. Voor elke akker waren grote stukken woeste grond nodig, zowel voor de plaggen als voor weidegrond voor de schapen. De Veluwe bleef zo een dunbevolkt gebied. In de schaapskooi gooide men van tijd tot tijd de heideplaggen, die door de schapen als vanzelf met hun mest vermengd en platgetrapt werden. Aan het eind van de winter, vlak voor de mest werd uitgereden over de akkers, stonden de schapen dan ook met de ruggen tegen de nok van het dak van de schaapskooi. Eind 1800 lag de Veluwe er nog steeds zo bij. Mest van schapen en heideplaggen bleven onmisbaar voor de kleine keuterboeren. De akkers rond de heidedorpen waren door het alsmaar opbrengen van de potstalmest in de loop van de eeuwen soms wel een meter in de hoogte aangegroeid. Een mooie schaapskooi is nog te bewonderen op Hoog Buurlo.

Door het vele en diepe plaggen kon de heide zich niet altijd herstellen en kwam er zand aan de oppervlakte. Dit was teveel voor het kwetsbare landschap; het zand begon te stuiven en bedreigde de akkers en de dorpen. Op deze manier verdween in het Kootwijkerzand een complete middeleeuwse nederzetting. Boeren en dorpsbewoners konden maar weinig uitrichten om het zand in te dammen. In het Wekeromse Zand is nog altijd één van deze pogingen zichtbaar; tussen het stuifzand en het dorp Wekerom ligt een vele meters hoge wal, bedoeld om het zand te stoppen.

Kunstmest


Toen zo rond 1840 met het gebruik van kunstmest de moderne tijd zijn aanvang nam, ging er veel veranderen. De schapen en potstallen werden overbodig en de woeste grondem verloren hun functie; grote stukken grond werden ontgonnen. Staatsbosbeheer begon met het systematisch herbebossen van de zandgronden van de Veluwe, voornamelijk met grove den.

Water en electriciteit

Water was altijd een groot probleem voor de inwoners van Hoog Soeren. Heel lang hebben zij water moeten halen uit een wel, de Pomphul, net buiten het dorp gelegen.

Zij moesten dan met een ton op de kruiwagen water gaan halen en dan met die zware vracht het hele stuk weer terug. Eerst in november 1927 werd door H.M. Koningin Wilhelmina met haar nog jonge dochter Juliana de waterleiding geopend. In 1925 werd het dorp Hoog Soeren op het electriciteitsnet aangesloten.

Hoog Soeren nu

In de loop der jaren zijn er, zowel door de veranderde samenstelling van de bevolking als door de toegenomen transportmiddelen, veel instellingen in Hoog Soeren verdwenen. De school werd opgeheven, de winkel werd gesloten, de wijkverpleging wordt vanuit Apeldoorn geregeld. 
De vrijwillige brandweer is en blijft een belangrijke dienstverlening voor Hoog Soeren en omgeving. Ook is er een bloeiende zangverening, zijn er diverse boekenclubs en een aantal bridgeclubs. Verder is in het dorp Hoog Soeren een golfclub gevestigd met 9 holes.

Bron: Buurt en Belangenvereniging Hoog Soeren, link website